Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 20 februari 2019

Zwijgcontracten bij misstanden in de (jeugd)zorg

Een open cultuur is nodig voor goede en veilige zorg. Het nieuws over zwijgcontracten in de jeugdzorg was daarom reden voor D66-raadslid Mattijs Loor om schriftelijk vragen te stellen. Hebben zorgaanbieders in Arnhem ook zwijgcontracten? En wat zegt dat over de kwaliteit en de veiligheid van de zorginstellingen?

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) doet onderzoek naar zogenaamde ‘zwijgcontracten’ in de zorg. Dit zijn vaststellingsovereenkomsten tussen personen en zorginstellingen met – zoals de IGJ het zelf noemt – een ongewenste inhoud. Het gaat dan om contracten waarin wordt afgesproken om verplicht te zwijgen, af te zien van een gang naar de (tucht)rechter, af te zien van aangifte bij politie of openbaar ministerie om strafrechtelijke vervolging te ontlopen, af te zien van melden bij de inspectie of af te zien van het inschakelen van de media.

D66 Arnhem is van mening dat vaststellingsovereenkomsten met geheimhoudingsbepalingen een open en transparante cultuur in de weg staan. Een open cultuur is nodig voor goede en veilige zorg. Onlangs werd bekend dat een soortgelijke vaststellingsovereenkomst ook in de jeugdzorg is afgesloten. Het kabinet overweegt nu een wettelijk verbod op dit soort overeenkomsten.

D66 Arnhem is benieuwd of dergelijke ‘zwijgcontracten’ ook door in Arnhem actieve aanbieders van (jeugd)zorg zijn afgesloten en heeft de volgende vragen:

  1. Deelt het college de mening van D66 dat ‘zwijgcontracten’ onwenselijk zijn en deze afspraken een open en transparante cultuur in de zorg in de weg staan? Zo nee, waarom niet?
  2. Is het college bekend met ‘zwijgcontracten’ in onze gemeente? Is het college bereid om onze partners in de (jeugd)zorg hierop te bevragen? Zo nee, waarom niet?
  3. Welke rol ziet het college voor de gemeente weggelegd om te voorkomen dat vaststellingsovereenkomsten met deze ongewenste inhoud worden gesloten door aanbieders van (jeugd)zorg in Arnhem?
  4. In hoeverre gebruikt de gemeente Arnhem, bijvoorbeeld in subsidievoorwaarden, haar opdrachtgeversrol om te voorkomen dat zwijgcontracten worden ingezet?