Steun ons en help Nederland vooruit

zaterdag 30 mei 2015

“Ik heb de transformatie van politicus naar bestuurder onderschat”

Hans Giesing

Hans Giesing maakte drie weken geleden volkomen onverwacht bekend per direct te stoppen als wethouder voor D66. De oud-fractievoorzitter en lijsttrekker – in maart vorig jaar nog medeverantwoordelijk voor het eclatante succes van D66 bij de gemeenteraadsverkiezingen – zet daarmee ook voorlopig een punt achter zijn politieke loopbaan in Arnhem. ‘Ik heb geen spijt dat ik vorig jaar voor het wethouderschap heb gekozen. Maar ik wil voor mezelf en anderen ook zo eerlijk zijn te erkennen dat het niet ging zoals ik wilde dat het zou gaan. Misschien was ik er nog niet klaar voor.’

Hans Giesing typeert zijn huidige gemoedstoestand – drie weken nadat hij zijn vertrek bekend maakte – als ‘redelijk tot goed’. Het besluit om voortijdig te stoppen was ‘niet gemakkelijk, maar wel overtuigd’. Van de ene op de andere dag is de ‘adrenaline-stoot’ waar hij naar eigen zeggen de afgelopen vijf jaar constant op functioneerde gestopt. ‘Dat is een hele omschakeling. Maar eerlijk gezegd voelt het ook wel als een opluchting. Er is een last van mijn schouders gevallen.’

In de officiële toelichting op je vertrek staat dat het wethouderschap in deze fase van je leven niet de functie is die bij je past. Kun je dat toelichten?
‘Natuurlijk speelt mijn persoonlijke situatie, als vader van twee jonge kinderen, een rol bij dit besluit. Aan de andere kant wist ik ook heel goed dat het wethouderschap een zware en veeleisende functie zou zijn. De afweging die ik voor mezelf heb gemaakt, was of de offers die je – ook persoonlijk – voor zo’n functie moet opbrengen, opwegen tegen het resultaat. Kan ik de komende jaren in deze functie bereiken wat ik wil bereiken? Dat was eigenlijk mijn belangrijkste vraag. Toen ik tot de conclusie kwam dat ik daar onvoldoende vertrouwen in had, besloot ik om eerlijk en hard tegenover mezelf te zijn en hier mijn consequenties uit te trekken. Dat was absoluut geen eenvoudige keuze, maar wel de juiste.’

Maar had je dit vorig jaar niet kunnen voorzien; je wist toch wel wat het wethouderschap zou inhouden?
‘Wethouder worden was voor mij niet een jongensdroom die uitkwam. Ik ben in 2010 de politiek ingegaan om op onze belangrijkste thema’s – economie, onderwijs en duurzaamheid – in Arnhem resultaten te boeken. Dat hebben we met een relatief kleine fractie ook heel succesvol kunnen doen en mooie resultaten neergezet: de koopzondagen, de sluitingstijden van de horeca, conciërges op iedere school, de problematiek rond coffeeshops staat op de agenda, enzovoort.
Vorig jaar rondom de verkiezingen kwam alles in een stroomversnelling. We werden ineens, ook tot onze eigen verbazing, de grootste partij van Arnhem. Misschien waren we wat overdonderd door die uitslag. Die betekende namelijk ook dat we vanaf dag 1 de leiding gingen nemen in de vorming van een nieuwe coalitie en dat we volop in de spotlights kwamen te staan. Ook werd snel duidelijk dat we twee wethoudersposten zouden kunnen gaan bemensen. Dat moest allemaal in heel korte tijd worden besloten.
Ik dacht op dat moment dat ik als wethouder nog meer zou kunnen bereiken dan dat ik als fractievoorzitter al had gedaan. Maar om als wethouder effectief te kunnen functioneren, moet je jezelf transformeren van politicus naar bestuurder. Dat is echt een ander vak, een andere functie. Dan speel je op een heel ander schaakbord. Ik heb die transformatie misschien onderschat. Het is mij niet snel genoeg gelukt om de verandering naar het wethouderschap te maken. Toen ik die conclusie had getrokken, besloot ik mij terug te trekken en een andere bestuurder de ruimte te geven deze klus voor D66 te klaren. En gelukkig staat er een hele goede kandidaat klaar om dat te doen.’

Kun je aangeven wat je in het wethouderschap met name tegenviel?
‘Mijn vertrek komt niet voort uit bepaalde politieke dossiers. Maar ik merkte wel dat ik veel meer tijd kwijt was met discussies over incidenten, dan met de grote lijnen. Politiek wordt voor een deel altijd gestuurd door incidenten; dat weet ik als voormalig raadslid natuurlijk maar al te goed. Toch vond ik het lastig en jammer dat ik zoveel energie moest steken in allerlei incidenten, terwijl ik het over bredere thema’s, zoals de terugdringing van voortijdige schooluitval of de verbetering van de binnenstad wilde hebben. Achteraf betreur ik dat ik die grote lijnen niet veel beter en sneller scherp heb geprofileerd. Veel discussies gingen als het ware over treinen die een verkeerde wissel hadden genomen of waren ontspoord. Maar ik had het liever willen hebben over de eindbestemming van de trein; over de richting van het beleid. Daar ben ik onvoldoende in geslaagd.’

Kun je dat iets concreter maken?
‘Ik zal er één dossier uitlichten: de huisvesting van het onderwijs. Daar zijn volgens mij de afgelopen twintig, dertig jaar in Arnhem, overigens met de beste bedoelingen, een aantal verkeerde keuzes gemaakt. Er kwamen nieuwe schoolgebouwen bij op plekken waar ze eigenlijk niet nodig waren, en in andere gebieden werd vergeten gebouwen te renoveren en is de huisvesting kwalitatief ondermaats. Dat probleem is nooit echt aangepakt, terwijl we in Arnhem wel anderhalf keer zoveel geld uitgeven aan onderwijshuisvesting dan gemiddeld in Nederland.
Ondertussen zijn er wel allerlei verwachtingen gewekt bij schoolbesturen, ouders en leerkrachten over nieuwe huisvesting of verhuizingen. Er is echter lang niet genoeg geld om al die wensen en verwachtingen waar te maken. Ik wilde dat probleem fundamenteel aanpakken, maar uiteindelijk gaat het politieke debat dan toch over één school die zijn problemen nadrukkelijk manifesteert. Ik vond dat heel teleurstellend, maar ik verwijt het vooral mezelf dat ik die grote lijn in dit dossier onvoldoende neer heb kunnen zetten.’

Wanner je voortijdig stopt, dan valt de publieke opinie natuurlijk fors over je heen. Hoe reageer je bijvoorbeeld op het verwijt dat je als wethouder een besluiteloze indruk maakte?
‘Ik kan me in een deel van de kritiek wel herkennen, ook al wordt dat in de media natuurlijk allemaal enorm uitvergroot. Dat heeft ook de maken met de hoge verwachtingen die de stad heeft van D66 als grootste partij. Bovendien kwamen er ook hele lovende commentaren, bijvoorbeeld van de hogescholen en van multiculturele organisaties. En mijn mailbox, WhatsApp en SMS stroomden vol met steunbetuigingen.’
Besluiteloosheid? Ik vind dat de politiek ook wel eens wat meer de tijd mag nemen om te twijfelen. Daadkracht klinkt heel mooi en besluitvaardigheid is natuurlijk ook nodig. Maar ik kan genoeg besluiten aanwijzen die in tijden van grote daadkracht zijn genomen en waar we achteraf flink spijt van hebben. Daar zijn in Arnhem meer dan voldoende voorbeelden van te zien.’

Heb je er achteraf spijt van dat je wethouder bent geworden?
‘Nee, ik heb er geen spijt van dat ik toen die keuze heb gemaakt en heb er ook geen spijt van dat ik nu, na een stevige zelfreflectie, heb besloten om te stoppen. Het is voor mij een buitengewoon leerzaam jaar geweest en ik heb ook de overtuiging dat ik mijn bijdrage heb kunnen leveren. Er komt bijvoorbeeld nu definitief een internationale school, er ligt een goede visie op de toekomst van de binnenstad en de bestrijding van de leegstand, de HBO-instellingen gaan beter samenwerken om Arnhem als studentenstad op de kaart te zetten. En ik kijk met veel respect terug op de bijeenkomst Samen in Arnhem waarbij we met meer dan 200 mensen een uiterst constructief en open gesprek hebben gehad over de multiculturele samenleving in onze stad.
Als ik terugblik kijk ik bovendien niet alleen naar het afgelopen jaar. Ik ben trots op de resultaten die de afgelopen vijf jaar zijn bereikt met D66. Er ligt een stevig en helder programma; we hebben een grote en goede fractie en twee zetels in het College. We hebben tal van onderwerpen binnen onze speerpunten geagendeerd en in gang gezet en er komt zonder twijfel een goede opvolger voor mijn positie.’

En nu?
‘Geen idee. Eerst even tot rust komen en de tijd nemen voor mijn gezin. Volgende week gaan we op vakantie en daarna zien we wel verder. De focus ligt nu even op de dingen die niet zijn gegaan zoals ik het gewild had. Maar ik heb de afgelopen vijf jaar genoeg dingen gedaan en meegemaakt waar ik trots op blijf.’