Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 9 september 2009

De zintuigen van Bruil

Het milieu advies van TNO met betrekking tot Bruil is grondig gedaan. Dit had D66 ook niet anders verwacht van een gerenommeerd bedrijf als TNO. Echter op de aannames die gebruikt zijn als basis voor het onderzoek willen we wel het een en ander afdingen. Er wordt volgens D66 te veel uitgegaan van globale (reken-) modellen en te weinig gebruik gemaakt van feitelijke metingen die wel degelijk beschikbaar zijn. Ook is het onduidelijk wat de gevolgen zijn van de nieuwe richtlijnen voor asfaltmenginstallaties uit 2008 in vergelijk met de gebruikte richtlijnen uit 2006.

D66 wil dan ook dat:

  • De meetgegevens Deelen ook in de berekeningen worden meegenomen;
  • Ook de feitelijke metingen bij de Pleijroute in het onderzoek worden betrokken;
  • Aangegeven wordt hoe de metingen zich verhouden met de nieuwe richtlijnen voor asfaltmenginstallaties;
  • De conclusies van het RIVM en GGD bekend zijn voordat een besluitvormende vergadering wordt gehouden.

Dat de installatie van Bruil gebouwd wordt in een dicht bevolkt gebied is voor D66 onvoorstelbaar en onaanvaardbaar. Dat op zich zou je niet moeten willen doen. Het is vragen om ellende. De meerderheid van de raad (PvdA, CDA en GroenLinks) heeft echter anders beslist. Als D66 zijn we daarom genoodzaakt ons te richten op het beperken van de consequenties. Onze grootste zorg zit in het feit dat aan verkeerde berekeningen veel waarde wordt toegekend. Wetenschap is waar, totdat het tegendeel aangetoond wordt. En helaas gebeurt dit vaak pas nadat meer onderzoek gedaan wordt. De bezwaren richten zich op 3 onderdelen : de meteorologische gegevens, de feitelijke metingen tav luchtkwaliteit en de gebruikte richtlijn.

De meteorologische gegevens.

Duidelijk is dat gebruik gemaakt wordt van gegevens uit Eindhoven. Verder wordt stuivertje gewisseld tussen Schiphol enTwente. Er is echter geen wettelijke basis voor het gebruik van deze weerstations. In de wet staat dat het NNM gebruik gebaseerd wordt op uurgemiddelden voor vijf jaren van een representatief weerstation. Het verbaast D66 in deze dat geen gebruik gemaakt wordt van beschikbare en betrouwbare gegevens van het weerstation in Deelen. Dit is een representatief weerstation met een lange staat van dienst op slechts 15 km van Arnhem. Het is voor D66 onacceptabel dat juist dit station niet meegenomen is in de berekeningen.

Feitelijke metingen luchtkwaliteit

In het regionaal samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit wordt aangegeven dat zich in Arnhem knelpunten voordoen op de Eusebiusbuitensingel, de Pleijweg en de IJsseloordweg. In alle gevallen is zowel fijnstof als stikstofdioxide in respectievelijk 2010 en 2015 nog een knelpunt. Deze conclusie is gebaseerd op basis van feitelijke metingen die gedaan zijn in 2002, 2003 en 2007. In 2007 zijn over een half jaar nog op een tiental locaties van de Pleijroute de concentraties van stikstofdioxide gemeten. Tevens is op vier locaties fijnstof gemeten. TNO heeft geen gebruik gemaakt van deze feitelijke waarnemingen, maar zich gebaseerd op modellen. Modellen zijn langdurige gemiddelden, maar feitelijke meetwaarden geven ook de dagoverschrijdingen. Voor D66 is het onacceptabel dat deze feitelijke metingen niet in het onderzoek betrokken zijn.

De gebruikte richtlijn

Er wordt in het onderzoek gebruik gemaakt van Nederlandse Emissie Richtlijnen (NER) uit december 2006. We zijn inmiddels ruim 2 jaar verder en er zijn gelukkig ook nieuwe richtlijnen beschikbaar. Zo is de NER BR C5 voor asfalt menginstallaties in 2008 al aangepast. Het gebruik van de meest recente richtlijn is van groot belang omdat juist in deze richtlijnen de Best Beschikbare Technieken (BBT) worden meegenomen. Het is D66 onduidelijk wat hiervan de redenen zijn en belangrijker, de gevolgen zijn. D66 wil dan ook graag inzicht hebben in de gevolgen van de juiste metingen op die nieuwe richtlijnen. Wat betekent dit voor de uitkomst van het TNO rapport, alvorens D66 in deze haar eindbeoordeling geeft.

Tenslotte

De geur belasting is onvolledig beschreven. Het RIVM en de GGD geven aan, dat om het niveau van geur en geluidshinder vast te stellen, nader onderzoek noodzakelijk is. Een conclusie die zelfs de samenvatting gehaald heeft. Het zij dan zo. Eerst dat nadere onderzoek alvorens D66 ook op dit onderdeel haar oordeel geeft.